Ned Hill is een singer-songwriter uit Nashville. Niet de zoveelste in de lange rij, maar een zeer gewaardeerde singer-songwriter met meer dan twintig jaar ervaring en vele albums op zijn naam. Dat deed hij voorheen in een band, maar tegenwoordig als soloartiest. Nog altijd in contact met andere talentvolle muzikanten in de stad laat zijn net verschenen album Saw Jesus at the Park een artiest horen in grootse vorm. Hij werkte dit keer wederom met zijn goede vriend, producer en gitarist Dave Coleman en bracht diverse andere ervaren muzikanten uit Nashville de studio in. Je kunt Ned Hill inmiddels een muzikale veteraan uit Nashville noemen. Deze EP is heel interessant voor liefhebbers van folk, roots en Americana muziek.
Ik sprak Ned recent over zijn nieuwe album, hoe belangrijk Nashville voor hem is en hoe hij zijn toekomst als muzikant ziet.
Hoi Ned, je hebt recent je nieuwe album Saw Jesus at the Park uitgebracht. Hoe zijn de reacties?
De reacties zijn uitstekend, ik kan niet om meer vragen. Het zijn van mensen vanuit verschillende achtergronden en de recensies zijn heel positief. Ik lees nog altijd de recensies van mijn albums om te kijken hoe mensen er over denken en om er iets uit te halen. Ook kritiek vind ik belangrijk om mij als artiest steeds weer te verbeteren.
Je begon het album te produceren met het dertig jaar geleden geschreven Little Miss Cairaco. Kan je iets meer vertellen over dit nummer?
Ik schreef dit nummer midden jaren negentig met de verhuizing van Kentucky naar Nashville. Mijn band was net uit elkaar en ik besloot om veel te schrijven. Ik was in de studio met een goede vriend wat nummers aan het opnemen, maar het was ook een periode waar het net uit was met een meisje waar ik een relatie mee had. Mijn vriend in de studio was dus ook een soort van therapeut om me over de relatie te helpen. Nu ik terugdenk voel ik mij wel een beetje schuldig om al dat soort problemen met hem te delen in de studio. Maar we namen een aantal nummers op en een daarvan was Little Miss Cairaco. Ik had er lange tijd niets meegedaan, maar vond het altijd iets speciaals hebben. Het idee was om er iets mee te doen en naarmate je ouder wordt besef je dat je het beter nu dan later kunt doen. Daarom besloot ik om te beginnen met dit nummer en mijn producer Dave Coleman vond het gelijk interessant. Vandaar konden we het album verder produceren.
Heb je door de jaren heen veel nummers geschreven?
Oh ja zeker, ik schrijf al sinds de jaren tachtig. Er zijn al behoorlijk wat albums geproduceerd door de jaren heen. Wel begon ik relatief laat met het bespelen van de gitaar, pas toen ik 26 was. Mijn eerste show toen ik 30 was. Maar ik doe dit al heel wat jaren en ben vanaf toen altijd consistent gebleven. Persoonlijk is het belangrijk om altijd nieuwe muziek uit te brengen. Het is bijvoorbeeld als een schilder met heel veel ideeën, maar nooit daadwerkelijk begint met schilderen. Ik wil altijd mijn songs de wereld in, want anders voelt het voor mij niet echt aan.
Heb je weleens writer’s block ervaren en hoe gaat het schrijven muziek bij jou in zijn werk?
Niet heel vaak. Ik schrijf altijd in blokken. Op een gegeven moment zo van: het is nu tijd om te schrijven en dan lukt het meestal. Ik pak dan mijn gitaar erbij en zodoende komt er vanzelf wat in mij op. Eerst vaak een melodie en dan vervolgens de woorden. Zo gaat het in de meeste gevallen. Soms heb ik een titel en weet ik waarover te schrijven, maar voor mij is het meestal eerst de muziek en dan de teksten.
Saw Jesus at the Park is een originele en interessante titel. Hoe is dat tot stand gekomen?
Ik had het nummer al een tijdje, maar ik was niet zeker om het te gebruiken als titel voor het album. Maar ik vond het ook een interessante titel. Toen ik het voor het eerst stuurde naar mijn publicist vroeg hij zich af of dit een christelijk album zou worden. Hoewel dit wat spirituele elementen bevat was mij intentie niet om een religieus album te produceren. Natuurlijk ben ik mij ervan bewust dat het voor mensen wat verwarrend kan overkomen, dat ze misschien denken dat het een gospelalbum is, maar dat is het dus niet.

Je produceerde het album wederom met Dave Coleman. Hoe belangrijk is hij geweest voor de vormgeving van de muziek?
Dave brengt als producer altijd enorm veel goede ideeën en is ook nog eens fantastische gitaarspeler. Zowel als producer als gitarist is hij echt geweldig en brengt zoveel waardevols. Ik ken hem inmiddels al zo’n vijftien jaar en hij weet waar mij sterke en zwakke punten liggen. Hij weet waar ik vandaan kom en zijn smaakvolle gitaarwerk en inspirerende productie ideeën, ik kan mij echt geen betere producer wensen.
Wat is volgens jou een goede producer?
Ik denk dat het belangrijkste tussen een producer en artiest vertrouwen is. Je moet hem als artiest kunnen vertrouwen. Als het op dat gebied niet goed zit dan kan dat veel problemen opleveren. En ik heb dat in het verleden met andere producers ervaren. Dat je het gevoel krijgt dat er toch niet genoeg vertrouwen is. Dave ken ik nu al zo lang en kan aan op zijn visie en suggesties. Als hij tegen mij zegt: Ned dit is goed, dan hoef ik mij geen zorgen te maken. Vertrouwen dus, dat is wat een goede producer moet kunnen geven.
Je woont al een tijdje in Nashville. Hoe belangrijk is Music City voor jou?
Ik heb een haat liefde verhouding met Nashville. Ik ben hier inmiddels alweer 26 jaar. Als je lang genoeg ergens woont dan begin je vanzelf een beetje cynisch te worden. Toen ik hier aankwam was ik meer een punk en rock jongen en heb een soort van vijanden gemaakt. Ik had sommige dingen beter niet kunnen zeggen. Maar toen ik meer Americana ging maken moest ik mijn houding veranderen. Ik heb niet echt spijt van mij beginperiode in Nashville, maar mijn grote mond hielp niet echt mee. Positieve aan de stad is dat er natuurlijk echt geweldige muzikanten te vinden zijn. Heel veel goede muziek. En ik heb door de jaren heen veel vrienden gemaakt, dus over het algemeen mag ik niet klagen.
Doen er ook muzikanten uit Nashville mee op Saw Jesus at the Park?
Ja, Dave Coleman doet natuurlijk mee als gitarist. Ook kon ik weer rekenen op Tina Simpson op de viool, waar ik al lange tijd mee samenwerk. Credits ook naar Chris Benelli op drums. Ik kende hem nog niet eerder, maar hij brengt veel waardevols als drummer en weet de songs op dit album zoveel beter te maken. Maar Dave, Tina en ik zijn de kern. Er loopt zoveel muzikaal talent rond in Nashville.
Tussen toen je begon in Nashville en nu is er veel veranderd. Wat vind je van alle veranderingen?
Ik vind het niet allemaal even positief. De stad is in de tussentijd echt zoveel veranderd. Ze noemen het een “it city”, met veel toeristen. Het centrum is enorm veranderd. Ze breken veel oude gebouwen af en bouwen veel nieuws. Omdat het kan en omdat er toch wel mensen willen wonen. De muziekscene is ook behoorlijk veranderd, maar dat is logisch. Ik ben nu een oude muzikant en dan krijg je niet echt mee wat er allemaal speelt, zoals in je jongere jaren. Ik probeer nog wel steeds in contact te staan met wat er allemaal gebeurt om mij heen, maar daarbij niet mezelf te verliezen. En dat kan gelukkig nog steeds in Nashville.
Wat vind je van de populaire country wat er tegenwoordig uit Nashville komt?
Heel eerlijk? Ik vind het helemaal niets. Wat ik er een beetje van hoor spreekt mij niet aan. Maar ik ben dan ook meer een folk en rock liefhebber. Ik kom uit Kentucky en country muziek was altijd in mijn omgeving. Dat soort invloeden hoor je nog altijd in mijn muziek en ik ben daar heel blij mee. Maar wat ze tegenwoodig in Nashville doen, is in principe allemaal business. Een aantal schrijvers in een ruimte bij elkaar brengen en schrijven wat al eerder succesvol was. Het is niet mijn ding. Natuurlijk wil ik ook geld verdienen, dat is belangrijk als je het niet hebt, maar muziek vind ik net zo belangrijk. Dat gezegd hebbende, dat is Music Row. Er zijn andere delen in de stad waar er veel betere muziek en muzikanten te vinden zijn.
Je komt uit een klein plaatsje Horse Cave in Kentucky en Kentucky levert tegenwoordig fantastische artiesten af op het gebied van country, Americana en roots muziek. Wat maakt deze staat zo speciaal voor muzikanten?
Het begon natuurlijk allemaal in het verre verleden in de Bluegrass scene met Bill Monroe, maar de afgelopen tien a vijftien jaar is het ongelofelijk wat er daar gebeurt in de muziekscene. En dat bedoel ik met echt goede country muziek. Namen zoals Sturgill Simpson, Tyler Childers en Ian Noe, that’s the real deal. Ja, het komt denk ik veel uit het oosten van Kentucky, in de bergen. Veel van dit soort relatief jongere artiesten krijgen inspiratie door wat er daar qua muziek in het verleden allemaal is geproduceerd. Maar het is tegenwoordig heel succesvol, ongelofelijk.
Je bent best op leeftijd. Is het idee om net zoals Willie Nelson door te gaan met muziek tot je niet meer kan of ben je van plan om met pensioen te gaan?
Ik denk dat ik nooit stop met gitaar spelen. Tegenwoordig maak ik wel een album een voor een. Ik doe dit al een hele lange tijd en het begint natuurlijk toch een beetje onderdeel van je identiteit te worden. Een aantal jaren geleden toen ik mijn laatste album uitbracht moest ik er eerlijk gezegd niet aan denken om weer te beginnen aan een ander album. Maar hier zijn we weer en is er toch gewoon weer wat nieuws. Ik zie mijzelf dan ook niet stoppen in de muziek. Het ligt eraan. Als er iets met mij gezondheid gebeurt of als ik echt het gevoel krijg dat ik niets meer te bieden heb, dan zal ik geen nieuwe muziek meer produceren of op tour gaan. Nu kijk ik het jaar tot jaar aan en zie hoe het gaat. Vooralsnog blijf ik dus doorgaan en zou het geweldig vinden om net zo lang op het podium te staan als Willie Nelson.
Saw Jesus at the Park is nu te beluisteren op alle streamingplatforms en te koop op zijn officiële website